Podo-Posturologie

            Van alle mensen komt 90% met gezonde voeten ter wereld. De helft hiervan heeft op volwassen leeftijd voetklachten. 
            Van alle vrouwen draagt 80% te kleine schoenen en van alle sporters de helft.    
            Een mens loopt in zijn leven gemiddeld 200.000 kilometer.       
            
Daarom zijn goede, gezonde voeten uitermate belangrijk. Ze vervullen een voorname functie in het dagelijks leven.
           
Biomechanische onbalans en geringe standafwijkingen van voeten en benen kunnen verregaande consequenties hebben
            voor het gehele houdings- en bewegingsapparaat. Dit leidt niet alleen gemakkelijk tot klachten in de voeten, maar
            ook in de benen, rug en nek.

              Wat is podo-posturologie?

                      Podo-posturologie is een methode gericht op het behandelen en voorkomen van klachten aan het bewegingsapparaat,
                      via houdingsregulatie vanuit de voet, al dan niet veroorzaakt door een ziekte of aandoening.
                      Podo-posturologie richt zich niet alleen op problemen aan de voet zelf, maar ook op de afwijkingen aan het gehele bewegingsapparaat.
                      Dit houdt in dat de voet-, enkel-, knie-, heup-, nek- en hoofdpijnklachten tot het werkterrein van een podoloog kunnen behoren.

                 Welke klachten kan een podoloog oplossen?

                      Om te kunnen vaststellen of de oorzaak van een klacht of blessure van het bewegingsapparaat verband houdt met biomechanische
                      en/of neurologische aspecten, is specifieke deskundigheid vereist. Een podoloog is in staat houdingsafwijkingen en functiestoornissen 
                      te herkennen en te corrigeren.
Na inventarisatie van de klachten, houdt de podoloog een algemene inspectie, maakt een voetafdruk 
                      en een computerscan.
Hierna volgt een onderzoek op een voetspiegel, waarbij gelet wordt op houding, stand van de voeten, tenen
                      en benen, en indien nodig het meten van afwijkende houdingspatronen van de rug.
                      Na het plaatsen van corrigerende elementen, wordt er opnieuw gekeken, gemeten en d.m.v. spiertesten gecontroleerd.
                      Aan de hand van deze gegevens wordt beslist of een proprioceptieve zool de klacht kan verhelpen.