Spiertesten
Spiertesten is een methode die iedereen kan leren, maar om het echt in de vingers
te krijgen moet men
vaak en op heel veel verschillende mensen oefenen.
De te testen spier (indicator) wordt in de uitgangspositie gebracht (extensie)
en vervolgens
met een lichte druk richting neutraal bewogen.
Onder normale omstandigheden kan de testpersoon de druk opvangen en blijft de
uitgangspositie in stand.
Wanneer er echter sprake is van stress bij de testpersoon, zal de spier een
zwakte vertonen en richting neutraal te bewegen zijn.
Er kan zowel verbaal als non-verbaal getest worden.
Bij verbale testen zal een 'ja'-antwoord sterk testen en 'nee'-antwoord zwak.
Bij non-verbale testen (bijvoorbeeld bij het gebruik van handmodes) wordt gekeken
naar een indicatorverandering.
Dus is de uitgangspositie een sterke spier, dan wordt vervolgens naar een zwakke
indicator gezocht en omgekeerd.
Men vermoedt dat ongeveer 90% van de informatie onbewust wordt verwerkt.
Dit 'onderbewuste' speelt echter een significante rol in ons dagelijks denken,
voelen en handelen.
Willen we hier iets in veranderen, dan zullen we dus op onderzoek moeten gaan
in ons onderbewuste.
Spiertesten is hiervoor een middel bij uitstek.
Wat de invloed van ons denken is op ons lichaam is mooi in beeld gebracht in
de documentaire (videotheek): "What the bleep do we know?".
Om zelf te proberen:
Breng uw arm ongeveer 45° omhoog.
Vraag iemand om zachtjes op uw arm te drukken ("1 kg druk) terwijl u hardop
zegt: "Ik heet …(uw naam)…".
Vervang nu uw naam door een fantasienaam en test opnieuw.
Voelt u het verschil?
Neem nu iets leuks in gedachten en test.
Vergelijk dit met wanneer u iets vervelends in gedachten neemt.